Een goed gesprek begint niet bij taal, maar bij vertrouwen. Zeker in het contact met mensen met een migratieachtergrond is het belangrijk om te beseffen dat woorden niet altijd voldoende zijn. Deze blog laat zien hoe je – ook met taalverschillen – tot écht contact kunt komen.
Wie werkt met cliënten die een andere moedertaal spreken, weet hoe lastig communicatie soms kan zijn. Een tolk is dan onmisbaar. Maar ook met tolk blijven er risico’s op misverstanden. Woorden betekenen soms iets anders in een andere cultuur. En niet iedereen durft toe te geven dat hij of zij iets niet begrijpt.
Wat kun je doen?
- Neem de tijd. Haast is de vijand van echt contact. Laat stiltes vallen, geef ruimte voor herhaling.
- Gebruik eenvoudige taal. Zeg liever “hulp thuis” dan “ambulante ondersteuning”.
- Check het begrip actief. Vraag: “Wat heeft u tot nu toe begrepen?” in plaats van “Heeft u nog vragen?”
- Vat samen in duidelijke stappen. Bijvoorbeeld: “Eerst bellen we het wijkteam. Daarna maken we een afspraak.”
- Vraag toestemming om dingen opnieuw uit te leggen. Bijvoorbeeld: “Mag ik het nog eens in andere woorden vertellen?” Dat voelt minder belerend.
- Kijk verder dan woorden. Let op lichaamstaal en non-verbale signalen. Kijk iemand aan, zie spanning, onzekerheid of twijfel.
- Lichaamstaal en cultuur Wat we zeggen, is niet altijd wat we bedoelen. In sommige culturen betekent oogcontact vertrouwen, in andere juist het tegenovergestelde. Een glimlach kan geruststelling zijn, maar ook een manier om spanning te maskeren.
Echt contact vraagt geen dure woorden, maar oprechte aandacht. Het begint bij luisteren met nieuwsgierigheid, niet met aannames. Vraag door, check, en neem je tijd. Zo ontstaat ruimte voor vertrouwen – en dus voor goede ondersteuning.
